Nikkie (schuilnaam) verloor haar ouders in het eerste coronajaar. Wat daarna in de bankafschriften opdook, veranderde alles. In drie jaar tijd was bijna 200.000 euro van haar ouders verdwenen, naar haar broer, zijn vrouw en haar familie in het buitenland. Ter gelegenheid van de Internationale Dag tegen Ouderenmishandeling vertelt ze haar verhaal. ‘Als je het gevoel krijgt dat er iets niet klopt, loop je vaak al tien stappen achter.’
Nikkie is verpleegkundige van opleiding en werkt als casemanager dementie. Ze begeleidt mensen in een van de zwaarste periodes van hun leven: de fase vlak voor een verpleeghuisopname. Ze wist wat ouderenmishandeling was. Ze kende de signalen. En toch overkwam het haar eigen ouders, onder haar neus.
‘Ik hoop dat ik hiermee de stem van mijn ouders ben,’ zegt ze. ‘Want zij zijn er niet meer om het zelf te vertellen. En ik denk dat dit veel vaker voorkomt dan we in de gaten hebben.’
Twee ouders, twee ziektes
Haar vader had de ziekte van Alzheimer en verbleef anderhalf jaar voor zijn dood in een verpleeghuis. Haar moeder zorgde jarenlang voor hem thuis, tot ze zelf bijna bezweek. ‘Ze was compleet uitgeput, lichamelijk en geestelijk, maar ze wilde doorgaan. Pas nadat mijn vader in een verpleeghuis zat en ze zelf niet herstelde van het mantelzorgen, is ze op aandringen van mijn zus en mij naar de dokter gegaan. Een half jaar voor haar dood werd de ziekte van Parkinson vastgesteld.’
Nikkie had ook zorgen over het geheugen van haar moeder. Ze was warrig en vergeetachtig. Duidelijkheid daarover kregen ze nooit. Haar vader overleed een week voor de eerste lockdown van 2020. Viereneenhalve maand later kreeg haar moeder een herseninfarct, waarna ze in coma raakte. In de drie weken die volgden, waren Nikkie en haar zus, die vanuit het buitenland was overgekomen, dag en nacht bij haar. Haar broer woonde vlakbij, maar liet zich volgens Nikkie nauwelijks zien. Daarna overleed haar moeder.
De bankafschriften
Na het overlijden van haar moeder, regelden Nikkie en haar zus het afscheid en de financiën. ‘We kwamen daardoor ook in de bankafschriften terecht. Toen zagen we dat er in drie jaar tijd bijna 200.000 euro verdwenen was.’ Het ging om grote contante opnames van 20.000 en 30.000 euro en bankoverschrijvingen naar haar broer. ‘Op allerlei manieren is dat geld weggevloeid,’ zegt Nikkie.
‘Dat mijn moeder hem de laatste jaren af en toe wat toestopte, wist ik en daar maakte ik me niet druk om. Mijn broer had een gezin en zat in een schuldhulpverleningstraject. Maar twee ton in drie jaar tijd is volkomen absurd.
“Als je het gevoel krijgt dat er iets niet klopt, loop je vaak al tien stappen achter.”
Er stond op dat moment een groot bedrag op die spaarrekening, omdat haar ouders hun huis hadden verkocht vanwege de zorgbehoefte van haar vader. ‘Met dat geld op de rekening is mijn broer volop aan de slag gegaan.’
De signalen die ze zag, en de twijfels die haar remden
Achteraf ziet Nikkie duidelijke signalen. Toen haar ouders nog in hun oude huis woonden en zij vanuit het Midden-Nederland naar Zeeland kwam, was haar broer er ineens vaak. ‘Ik kreeg mijn moeder niet meer alleen te spreken,’ vertelt ze. ‘Dat vond ik raar, want mijn broer en ik hadden niet veel contact. En ineens deed hij gezellig tegen me. Ik dacht: wat heeft hij ineens? Zo was hij normaal gesproken niet.’ Later begreep ze wat er speelde: dit was het moment waarop hij alles in gang had gezet.
Ze had al eerder een vermoeden over de financiën. Op een gegeven moment vertelde haar zus dat hun moeder hun broer 30.000 euro had geleend voor een huis in het buitenland. Toen Nikkie ernaar vroeg, wilde haar moeder eerst niet antwoorden, maar na een gesprek bleek het al opgelopen tot 50.000 euro. ‘Ik vroeg haar: hoe kom je erbij, je weet dat hij slecht hij met geld omgaat. Hij heeft toch schulden? Ze keek me aan met grote, lege ogen. Dat is de blik van iemand die wordt misbruikt, realiseerde ik me pas veel later.’
Nikkie belde ook een keer met Veilig Thuis, maar werd naar eigen zeggen niet goed geholpen. ‘Ze gaven aan: je moeder mag zelf weten aan wie ze geld geeft. En zolang je moeder het toelaat, is het niet strafbaar.’ Ze had ook overwogen om beschermingsbewind aan te vragen voor haar vader, zodat ze inzage zou krijgen in de gezamenlijke bankrekening. ‘Ik heb het niet doorgezet. Ik was net gescheiden, had jonge kinderen, was op zoek naar een woning. Ik zat in een lastige periode. Maar ik had al een tijd een slecht gevoel. En ik heb het niet kunnen voorkomen.’ Haar schuldgevoel is groot. ‘Op het moment dat je het gevoel krijgt dat er iets niet klopt, loop je al tien stappen achter.’
Schuldsanering als dekmantel
Wat Nikkies verhaal juridisch bijzonder maakt, is de situatie van haar broer. Hij zat ten tijde van de financiële uitbuiting in de WSNP: de Wet schuldsanering natuurlijke personen, beter bekend als de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Wat is de WSNP?
• De WSNP is een wettelijk traject voor mensen met problematische schulden die er niet zelf meer uitkomen.
• De rechtbank benoemt een bewindvoerder die toezicht houdt op alle financiën.
• De schuldenaar moet maximaal werken en zoveel mogelijk afdragen aan de gezamenlijke schuldeisers.
• Schenkingen en erfenissen vallen in de ‘boedel’ en gaan naar de schuldeisers, niet naar de schuldenaar zelf.
• Na afloop, voorheen drie jaar en per 1 juli 2023 ingekort naar achttien maanden, kan de rechter een ‘schone lei’ verlenen: een nieuw begin zonder schulden.
• Wie de regels overtreedt door geld achter te houden of te ontvangen buiten de bewindvoerder om, riskeert tussentijdse beëindiging zonder schone lei.
Nikkies broer ontving dus grote bedragen van zijn moeder, terwijl hij in de schuldsanering zat. Juridisch gezien vielen die schenkingen in de boedel: ze hadden naar de schuldeisers moeten gaan, niet naar hem, zijn vrouw of haar familie.
Daar kwam voor Nikkie nog iets bij. Haar ouders hadden haar broer eerder al bijna 30.000 euro geleend. Die schuld was meegenomen in de WSNP. ‘Met andere woorden: mijn ouders waren de grootste schuldeisers van mijn broer en zijn vrouw,’ zegt Nikkie. ‘Waarom zou mijn moeder hem dan nog zulke grote bedragen schenken? Dat was niet logisch en het paste ook niet bij wie mijn ouders waren. Ze waren eerlijk, oprecht en behandelden hun drie kinderen gelijk. Ze waren gul, maar wel naar ons alle drie. We kregen al jaren allemaal het belastingvrije bedrag dat ouders jaarlijks aan hun kind mogen schenken. Voor hem was dat blijkbaar niet genoeg. Hij wilde alles.’
Volgens Nikkie werd met het geld van haar moeder onder meer een huis in het buitenland gebouwd, terwijl haar broer in de schuldsanering zat. Dat is in strijd met de regels van de WSNP. Wie in dat traject zit, moet inkomsten, vermogen, schenkingen en erfenissen melden en mag niet zomaar grote uitgaven doen buiten de bewindvoerder om.
Babbeltruck
Misschien zouden mensen over deze situatie zeggen: je moeder heeft hier zelf aan meegewerkt. Ze wilde het zelf. Voor Nikkie voelt dat anders. ‘Ik zag een vrouw die onder druk stond. Die bang was. Die niet meer vrij kon praten en misschien zelfs niet meer vrij kon denken.
Ze denkt niet dat haar broer simpelweg de pinpas pakte en geld opnam zonder dat haar moeder het wist. Volgens Nikkie was het subtieler, en daardoor misschien nog moeilijker te bewijzen. ‘Ik denk dat hij mijn moeder zo heeft bespeeld dat ze heeft meegewerkt. Niet uit vrije wil, maar omdat er op haar werd ingepraat en ze onder druk stond. Ze paste zich aan, probeerde de rust te bewaren en was bang.’
“Ik zag een vrouw die onder druk stond. Die bang was. Die niet meer vrij kon praten.”
Nikkie benoemt ook haar eigen worsteling daarin. Ze is boos op haar broer, maar was soms ook boos op haar moeder. ‘Mijn zus zag mijn moeder vooral als slachtoffer. Ik ook, maar ik was ook boos omdat ze het heeft toegelaten. En boos omdat ik haar niet heb kunnen beschermen. Ik weet dat daar iets van victim blaming in zit. Maar zo ingewikkeld is dit dus. Als financiële uitbuiting binnen een familie gebeurt, is er zelden een schoon gevoel.’
Dat dubbele gevoel veranderde niet in één keer, maar kreeg later wel een andere lading. Pas toen Nikkie ontdekte dat ook de bank een afwijkend patroon op de rekening had gezien, viel er opnieuw iets op zijn plek. Via een intern systeem was een melding ontstaan: mogelijk was haar moeder slachtoffer van een babbeltruc. ‘Toen begreep ik pas echt wat er was gebeurd,’ zegt Nikkie. ‘Het bevestigde voor mij dat dit niet zomaar “geven” was. Maar voor zover ik weet, is er met die melding niets gedaan.’
Wist haar moeder het?
Of haar moeder zich volledig bewust was van de omvang, weet Nikkie niet. Ze denkt dat haar moeder wel wist dat er te veel geld naar hem toe ging, maar niet hoeveel. In een gesprek zei haar moeder steeds opnieuw, haar hoofd heen en weer bewegend: ‘Ik ben dom geweest. Het komt in orde. Ik maak het goed.’
‘Ik denk niet dat ze wist dat het om twee ton ging,’ zegt Nikkie. ‘Ik denk dat ze in een soort automatische piloot meewerkte. Niet vechten, niet vluchten, maar wat men tegenwoordig fawning noemt: pleasen en aanpassen. Ze was ook bang voor hem. Wij allebei, eigenlijk.’
Nikkie beschrijft haar broer als psychisch labiel en onvoorspelbaar. Haar moeder en zij keken een keer samen naar een nieuwsbericht over een man die zijn gezin had vermoord. Ze keken elkaar geschrokken aan. Of Nikkie ook weleens bang was dat haar broer iets vergelijkbaars zou doen, vroeg haar moeder. Dat gevoel hadden ze blijkbaar allebei. Jarenlang.
Een juridisch labyrint
Na het overlijden van hun moeder begon voor Nikkie en haar zus een langdurig en slopend juridisch traject. Hun moeder had kort voor haar dood haar testament laten aanpassen en hen beiden als executeur benoemd. Maar door een cruciale omissie van de notaris pakte dat anders uit dan bedoeld. ‘Mijn moeder wist niet dat als zij het testament veranderde op de manier waarop ze dat deed, mijn zus en ik alleen executeur konden blijven als we de erfenis zuiver aanvaardden. De notaris heeft niet doorgevraagd. Als hij meer had geweten over onze situatie, had hij haar kunnen wijzen op de gevolgen en was hij er mogelijk achter gekomen dat er sprake was van financieel misbruik.’
Vanwege de WSNP mocht haar broer de erfenis niet zelf aanvaarden; dat moest zijn bewindvoerder namens hem doen. Als executeurs waren Nikkie en diens zus verplicht om een boedelrekening op te stellen ten aanzien van de bezittingen en schulden van hun moeder. Nikkie deed dit, inclusief de lening van 50.000 euro, de grote contante opnames, de buitenlandse overschrijvingen. Dat alles meldden ze bij de rechter en de bewindvoerder. Nikkie verdiepte zich in de WSNP en kwam erachter, dat haar broer en schoonzusje zich aan geen enkele voorwaarde binnen de WSNP hadden gehouden.
“Het voelde alsof wij moesten vechten voor erkenning, terwijl het geld bij mijn broer en schoonzus terecht was gekomen.”
Na anderhalf jaar, en nadat Nikkie en haar zus een advocaat hadden ingeschakeld, werden haar broer en schoonzus uit de WSNP gezet zonder schone lei. Vervolgens verklaarde de rechter hen failliet. Maar daarna draaide het verhaal zich om. ‘De curator kwam achter mij en mijn zus aan. Die zei: jullie moeder was wilsbekwaam, jullie hebben zuiver aanvaard, dus als jullie niet een derde van de nalatenschap overmaken, klaag ik jullie aan. Niet alleen voor wat er nog op de bankrekening stond ten tijde van overlijden, maar ook voor het geld van jullie moeder, dat jullie broer heeft weggesluisd naar het buitenland.
Nikkie en haar zus vroegen de rechter toestemming om de erfenis met terugwerkende kracht beneficiair te aanvaarden. Die toestemming werd verleend. Daarmee konden ze niet meer worden aangesproken voor de twee ton. Maar een derde van wat er nog over was op de bankrekening moest alsnog naar de curator. ‘Mijn broer en schoonzus hebben nog steeds dat huis in het buitenland. Ze zijn ermee weggekomen.’ Ook de bewindvoerder en de curator hebben hieraan geld verdiend.
De nasleep
De gevolgen van het juridische gevecht hebben Nikkie zwaar geraakt. Ze viel uit op haar werk, nota bene in de zorg voor anderen. Vrienden van haar ouders werden vermoedelijk door haar broer en schoonzus benaderd met een heel ander verhaal. Ze werd bijna uitgescholden: wat ze haar broer aandeed, hoe laag dat was. Terwijl hij en zijn vrouw twee ton hadden onttrokken aan de rekening van haar ouders. Ze vermoedt dat haar broer en schoonzus opnieuw geld lenen bij mensen uit hun omgeving. ‘Ze zijn zo gehaaid. Ik kan me niet voorstellen dat ze daarmee gestopt zijn.’
Ze is ook bang. ‘Mijn broer is een enge vent. Onvoorspelbaar. Sterk. Ik heb mijn kinderen gezegd: als jullie hem zien bij school of bij ons thuis, ga nooit met hem mee.’
Wat ze wil dat mensen weten
Nikkie is duidelijk over waarom ze dit verhaal vertelt. ‘Ik wil de stem zijn van mijn ouders. En ik wil dat mensen begrijpen hoe groot de impact is, op het slachtoffer, op de familie en op de maatschappij.’
Haar boodschap aan mensen die een vermoeden hebben: wacht niet op zekerheid. ‘Die krijg je pas als je inzage hebt in de documenten. En als er misbruik is, krijg je die inzage nooit. Als je het gevoel hebt dat er iets niet klopt, ga ervan uit dat je al tien stappen achterloopt. Ga het gesprek aan en blijf het aangaan”.
Haar boodschap aan professionals: bel niet alleen voor advies bij Veilig Thuis, maar doe een officiële melding. ‘Als je advies vraagt, wordt het op jouw naam geregistreerd of het wordt niet geregistreerd. Maak je er een melding van, dan wordt het op naam van het mogelijke slachtoffer geregistreerd. Als er meerdere meldingen binnenkomen over dezelfde situatie, kan er uiteindelijk iets mee worden gedaan.
“Kijk niet weg. Vraag door. En doe een melding.”
Verder wil Nikkie graag zeggen: kijk niet weg. Vraag door.’ Ze wijst op een specifieke vraag in de signaleringslijst van Veilig Thuis die bij haar het verschil had kunnen maken: zijn er schulden bij de vermoedelijke dader? ‘Als iemand die vraag had gesteld en had geweten dat mijn broer in de schuldsanering zat, had dat misschien tot eerder ingrijpen geleid.’
‘Ik wil dat mensen weten hoe groot de impact is. Financiële uitbuiting is misbruik. Niet alleen financieel, maar ook psychisch en emotioneel. En als je het eenmaal ziet, ben je vaak al laat. Daarom hoop ik dat anderen eerder durven kijken, vragen en handelen.’ En dan, stiller: ‘Ik wil dat hulpverleners begrijpen hoe moeilijk het is om hierover te praten. Je hebt het over iemand binnen je eigen familiesysteem. Ga niet weg. Vraag door. En doe een melding.’
’
Signalen van financiële uitbuiting bij ouderen (Veilig Thuis)
• Verdwijning van geld, sieraden of waardevolle bezittingen
• Onverklaarbare grote opnames of overschrijvingen
• De oudere krijgt nooit de kans om alleen met een hulpverlener te praten
• Een familielid isoleert de oudere van anderen
• De oudere vertoont angstig, teruggetrokken of verward gedrag
• Weerstand of verbaal geweld als financiële zorgen worden besproken
• Schulden of financiële problemen bij de vermoedelijke dader
• Plotselinge verzoeken tot testamentswijziging in aanwezigheid van een familielid
Vermoed je financiële uitbuiting van een oudere? Bel Veilig Thuis: 0800-2000 (gratis, 24/7). Doe een officiële melding, niet alleen een adviesvraag. Bij een melding wordt het geregistreerd en kan er actie worden ondernomen.
Meer informatie: https://www.veiligthuis.nl/nl en https://www.huiselijkgeweld.nl/themas/ouderenmishandeling
Nikkie is een schuilnaam. De echte naam is bij de redactie bekend.

