Myra doneert namens haar onderneming, een kinderdagverblijf, aan Blijf Groep. Haar motivatie gaat terug naar 1975, toen zij als twaalfjarig meisje met haar moeder, broertjes en zusje in een Blijf van m’n Lijf-huis verbleef. Het was het eerste opvanghuis van Nederland, een plek die strikt geheim moest blijven en waar Myra een nieuw leven begon na jaren van angst en geweld.

Op een winterochtend in januari 1975 zei Myra’s moeder: “We gaan weg.” Met een paar honderd gulden in haar tas en haar kinderen aan haar zijde, stapte ze uit een leven van angst en geweld. “Ik had twee tussenuren, dus ik hoefde pas om 10.30 uur op school te zijn,” herinnert Myra zich. “Mijn moeder heeft ons toen meegenomen. We zijn door de school gebracht naar het JAC en daarna met een taxi naar het Blijf van m’n Lijf-huis aan de Omval in Amsterdam. Onderweg stopten we bij de FEBO aan de Amsteldijk om patat te eten, iets wat nooit mocht want dat was voor ordinaire mensen.”

Het Blijf-huis was toen nog een geheim adres. “Ik had er nog nooit van gehoord,” zegt Myra. “Mijn moeder had ook nooit verteld dat ze bezig was met weggaan. Ik denk dat ze dat bewust heeft gedaan, zodat wij het niet per ongeluk zouden verklappen.”

Een jeugd in schaduw

Myra was twaalf. Haar leven tot dan toe was getekend door fysiek en psychisch geweld. “Het fysieke geweld, daar kan iedereen zich wel iets bij voorstellen,” zegt ze. “Maar wat veel meer in mijn herinnering is blijven hangen, is het geestelijke geweld en het sociaal isoleren.”

Ze vertelt over een opvoeding waarin meisjes geen spijkerbroeken mochten dragen – “want dat was voor ordinaire mensen” – en niet naar partijtjes mochten, “want daar werd patat gegeten en cola gedronken.” De zeldzame keren dat ze wél ging, volgde een kruisverhoor.

Het gevoel nergens bij te horen, is iets wat haar tot op de dag van vandaag achtervolgt. “Ik werd niet gepest op school, maar ik hoorde er ook niet bij. Dat gevoel heb ik eigenlijk mijn hele leven gehouden.”

De vlucht

De dag van de vlucht was een kantelpunt. “Onze bezittingen waren de kleren die we aanhadden. Dat was het.” In het Blijf-huis begon een nieuw leven. “Het eerste wat ik deed was mijn lange haar afknippen. We kregen ineens spijkerbroeken in plaats van verplichte tuttige jurkjes.”

Maar het was ook een leven met nieuwe angsten. “Je ruilt de ene angst in voor een andere. Je leeft in een bubbel. We mochten niet naar buiten om niet ontdekt te worden.”

Toch was er ook iets bijzonders. “Je kende niemand, maar je kende iedereen. Iedereen had hetzelfde meegemaakt. Dat schept een band.” En soms was er ruimte voor kind-zijn. “We haalden de matrassen uit de bedden en roetsjten ermee van de trap af. Het was zo’n gigantische Amerikaanse brede trap. Dat kon allemaal. Je hoefde niet meer bang te zijn.”

De lange schaduw

Myra’s verhaal is er een van overleven. “Mijn moeder werd vaak geslagen waar wij bij waren. Hij had een verzameling geweren en pistolen. Die werden regelmatig tevoorschijn gehaald.” Ze herinnert zich hoe ze het dekbed over haar hoofd trok als ze voelde dat het mis zou gaan. “Ik heb nog steeds een hekel aan ruimtes met dichte deuren. Ik heb altijd een nachtlampje aan.”

Wat haar het meest raakte, was dat mensen wisten wat er thuis gebeurde, maar niets deden. “Iedereen keek weg. Dat is mijn intrinsieke motivatie om dit bespreekbaar te maken.”

Schaamte en stilte

Pas vijftig jaar later sprak Myra voor het eerst uitgebreid over haar verleden. “Ik had er nooit zo lang over gesproken. Toen dacht ik: dit is eigenlijk heel gek. Het is zo bepalend en vormend geweest.” Ze deelde haar verhaal met medewerkers. “Een van hen zei: ‘Ik heb dit ook meegemaakt.’ Een ander liep huilend weg. Ik kreeg appjes en mailtjes.”

Myra wil het taboe doorbreken. “Ik kan mijn verleden niet veranderen. Maar ik heb invloed op mijn toekomst. Ik zie mezelf niet meer als slachtoffer. Ik heb een modus gevonden om ermee om te gaan.”

Een oproep

Wat ze hoopt? “Dat mensen zich realiseren dat dit overal voorkomt. In alle lagen van de bevolking. Dat ze niet wegkijken omdat ze niet weten wat ze kunnen doen. En dat ze zich niet schamen als ze slachtoffer zijn. Nooit.”

Myra’s verhaal is een herinnering aan wat er gebeurt achter gesloten deuren. Maar ook aan wat er mogelijk is als die deuren opengaan. “Je laat alles achter. Maar je stapt ook een nieuw leven in.”