Kinderen die in een Oranje Huis verblijven, zijn niet alleen onderdeel van een gezin. Ze zijn volwaardige cliënten, met eigen ervaringen, vragen en behoeften. Dit staat ook zo beschreven in de Oranje Huis-aanpak, onze manier van werken. Vanuit die visie ontstond binnen Blijf Groep de functie van kind-maatschappelijk werker. Op onze locatie in Alkmaar vervult Pascale die rol, samen met twee andere collega’s. Ze begeleidt kinderen en jongeren van 4 tot en met 18 jaar.
Een eigen maatschappelijk werker
Ieder gezin in het Oranje Huis heeft een maatschappelijk werker die de moeder begeleidt en de regie houdt over het hele cliëntsysteem. Daarnaast krijgt ieder kind een eigen kind-maatschappelijk werker. “De situatie van een moeder kan heel complex zijn en daardoor veel tijd vragen. Daarom is het belangrijk dat er iemand is die het kind goed in beeld houdt.” Zo krijgt het kind een eigen stem binnen de hulpverlening en iemand bij wie het zijn verhaal kan doen.
Zeker wanneer er spanningen zijn tussen moeder en kind of hun behoeften niet helemaal overeenkomen, kan dat veiliger voelen. Dat kinderen een eigen maatschappelijk werker krijgen, heeft ook een groter doel. Door kinderen te helpen begrijpen wat zij hebben meegemaakt, leren zij gevoelens herkennen en woorden geven aan hun ervaringen. Ook ontdekken zij wat gezonde en ongezonde relaties zijn. Daarmee hoopt Blijf Groep bij te dragen aan het doorbreken van de cirkel van geweld.
Van noodbed tot begeleid wonen
Hoe vaak Pascale een kind ziet, hangt af van de fase waarin het gezin zich bevindt. Kinderen die op het noodbed verblijven en nog niet naar school gaan, ziet zij vaak iedere dag. In de crisisopvang is er meestal één keer per week een kindgesprek. In begeleid wonen is dat doorgaans eens per twee weken.
In die laatste fase is vaak ook gespecialiseerde jeugdhulp betrokken. De kind-maatschappelijk werker verdwijnt dan geleidelijk meer naar de achtergrond. “Uiteindelijk stroomt een gezin weer uit. Daarom werken we met een opbouw en afbouw van de begeleiding.”
Haar werkdagen zijn afwisselend. In de ochtend ziet ze vaak kinderen die nog niet naar school gaan. Daarnaast heeft ze contact met scholen, jeugdbescherming en andere ketenpartners. Dat kan gaan om een overdracht of om samenwerking rond een kind. In de middag vinden vaak de kindgesprekken plaats. Tijdens die gesprekken kijkt Pascale naar wat een kind nodig heeft. Hoe gaat het op school? Kan het contact houden met vrienden of de andere ouder? Kan het blijven sporten? Ook signaleert ze mogelijke traumasignalen en kijkt ze of aanvullende hulpverlening nodig is.
Eerst verbinding maken
Wanneer een kind net in het Oranje Huis aankomt, begint Pascale bewust laagdrempelig. Ze geeft vaak eerst een rondleiding door het pand. Daarna sluit ze aan bij wat het kind leuk vindt. Wil een kind met Lego spelen, voetballen of een spelletje doen, dan is daar ruimte voor. Soms gaat Pascale eerst naar de unit om kennis te maken.
Niet ieder kind spreekt Nederlands. In dat geval zoekt Pascale naar andere manieren om contact te maken. Zo kan de Tovertafel worden gebruikt om samen spelletjes te doen zonder dat daar veel taal voor nodig is. “Het gaat eerst om verbinding. Een kind hoeft niet meteen iets moeilijks te vertellen.”
Weten dat het niet jouw schuld is
Een belangrijk onderdeel van haar werk is psycho-educatie. Pascale praat met kinderen over emoties, loyaliteitsconflicten en wat spanning of verdriet met hun lichaam doet. Sommige kinderen voelen zich verantwoordelijk voor de situatie of denken dat het door hen komt dat het gezin in het Oranje Huis verblijft. “Dan proberen we een kind te ontschuldigen. We leggen uit: het komt niet door jou. Jij bent niet verantwoordelijk voor wat er is gebeurd.”
Ook helpt ze kinderen begrijpen dat verschillende gevoelens naast elkaar kunnen bestaan. Een kind kan boos zijn op een ouder en die ouder tegelijkertijd missen. De begeleiding bestaat niet alleen uit gesprekken. Er wordt ook gevoetbald, gespeeld of iets leuks gedaan. Dat helpt een kind om even niet met de situatie bezig te zijn.
Pubers hebben andere vragen
Bij pubers kijkt Pascale vooral naar wat de jongere zelf wil vertellen. De gesprekken kunnen gaan over gezonde relaties, grenzen of seksuele ontwikkeling. “Met pubers kun je uitgebreider bespreken wat gezonde en ongezonde relaties zijn. Dat helpt hen om beter te begrijpen wat ze hebben gezien of meegemaakt.”
Voor pubers is het contact met vrienden belangrijk. Veel jongeren onderhouden via hun telefoon contact met vrienden uit de plaats waar zij vandaan komen. Toch vervangt online contact het echte samenzijn niet. “Pubers willen naar buiten en leeftijdsgenoten zien. Zeker als er weinig andere jongeren in huis zijn of ze nog niet naar school gaan, kan het eenzaam zijn.”
Pascale stimuleert jongeren daarom om naar een wijkcentrum te gaan, activiteiten in de buurt te bezoeken of contact te zoeken met andere jongeren in het Oranje Huis. Dat lukt niet altijd gemakkelijk,” geeft Pascale toe. “Pubers zijn soms lastig te motiveren en te sturen. Toch probeer je aan te sluiten bij wat zij zelf leuk vinden.” Pascale is er eerlijk over dat verveling niet altijd te voorkomen is.
Zomervakantie in het Oranje Huis
In de zomervakantie worden verschillende activiteiten georganiseerd. Kinderen gaan bijvoorbeeld naar Duinrell, Walibi of de dierentuin. Ook zijn er bingo’s, een picknick en een boksworkshop.
Voor jongeren vanaf 12 jaar zijn er activiteiten zoals simulatieracen bij RaceSquare. Daarnaast kunnen zij soms ’s avonds gebruikmaken van de woonkamer om samen te chillen.
Wanneer meerdere pubers in het Oranje Huis verblijven, probeert het team hen met elkaar in contact te brengen. “We moedigen hen aan om elkaar op te zoeken en samen iets te doen. Dat verloopt soms stroef, maar we blijven het proberen.”
Binnen enkele dagen weer naar school
Wanneer Pascale kinderen vraagt waar zij behoefte aan hebben, beginnen zij vaak met praktische onderwerpen. School, vrienden en sport komen regelmatig als eerste ter sprake. “Verbinding is eigenlijk het overkoepelende thema. Kinderen komen in een vreemde omgeving terecht. Ze kennen de buurt niet en moeten opnieuw vertrouwen en aansluiting vinden.” Daarom is het belangrijk dat kinderen zo snel mogelijk weer naar school gaan.
Voor kinderen op de basisschool vindt meestal binnen één of twee werkdagen een intake plaats. Daarna worden zij doorgaans aangemeld bij dezelfde school. De school neemt contact op met de school van herkomst om te bekijken in welke klas het kind het beste past. Vaak kan een kind binnen drie tot vijf dagen weer naar school. “School zorgt ervoor dat een kind zich zoveel mogelijk normaal kan voelen. Je hoort weer bij een groep.”
Voor jongeren op de middelbare school is het vinden van onderwijs vaak ingewikkelder. Er zijn geen vaste samenwerkingen met middelbare scholen en vooraf is niet altijd duidelijk hoelang een jongere in Alkmaar blijft. Daardoor kan het langer duren voordat een passende plek is gevonden.
Over de thuissituatie deelt Blijf Groep in principe niets met school. Dat heeft te maken met de privacy van cliënten. “Alles wat moeder wil delen, kan worden gedeeld. We doen dat altijd zo transparant mogelijk.”
Sporten tijdens het verblijf
Ontspanning en plezier zijn volgens Pascale een belangrijk onderdeel van veiligheid en herstel. Kinderen en jongeren moeten kunnen ontladen en tijdelijk loskomen van de situatie waarin zij zich bevinden. “Ze moeten voelen dat er ondanks alles ook ruimte mag zijn voor fijne gevoelens en leuke ervaringen.”
Positieve ervaringen kunnen kinderen bovendien zelfvertrouwen geven. Wanneer een kind iets durft, ergens plezier in heeft of een succeservaring opdoet, groeit het vertrouwen in zichzelf. “De situatie is al lastig genoeg. Juist daarom is het belangrijk dat er ook leuke momenten zijn.”
Ook sporten kan bijdragen aan een positieve ervaring. Daarom werkt het Oranje Huis samen met een voetbalclub in het nabijgelegen park. Kinderen kunnen daar meetrainen zonder dat zij meteen officieel bij de KNVB hoeven te worden ingeschreven. Kinderen die in begeleid wonen verblijven, kunnen soms een Alkmaarpas aanvragen.
Daarnaast is er een sportschool in de buurt. Jongeren en ouders kunnen zichzelf daar inschrijven wanneer zij daarvan gebruik willen maken.
Samenwerken met moeder
Hoewel Pascale er primair voor het kind is, werkt ze altijd samen met de moeder. Bij de start maakt ze duidelijke afspraken over haar rol. “Ik vertel dat ik er voor het kind ben, maar wel in samenwerking met moeder. Ik leg ook uit dat ik geen geheimen kan bewaren als ik mij zorgen maak. Als er iets belangrijks speelt, bespreek ik dat.”
Dat betekent niet dat ieder gesprek inhoudelijk wordt teruggekoppeld. Pascale kan bijvoorbeeld vertellen dat zij met een kind over de vader heeft gesproken of de behoefte aan contact heeft onderzocht, zonder alles letterlijk te herhalen. Bij jongeren bespreekt ze waar mogelijk vooraf wat er wordt teruggekoppeld.
Ook tussen de maatschappelijk werker van de moeder en de kind-maatschappelijk werker vindt veel afstemming plaats. Ze bespreken wie wat oppakt en of er bijvoorbeeld opvoedondersteuning nodig is.
Na een gesprek brengt Pascale een jong kind vaak zelf terug naar de unit. Zo heeft ze meteen een contactmoment met de moeder en kan ze kort vertellen wat ze samen hebben gedaan. “Transparantie is daarin heel belangrijk.”
Wanneer wensen verschillen
Soms heeft een kind andere behoeften dan de moeder. Een kind kan bijvoorbeeld graag contact willen met de vader, terwijl de moeder dat wil tegenhouden. “Dan moet je kijken: gaat het om veiligheid of speelt vooral het gevoel van moeder een rol?” We werken in zulke gevallen met het afwegingskader vader-kind contact om een goede afweging te maken.
Dat iemand binnen de partnerrelatie dingen heeft gedaan, betekent volgens de hulpverlening niet automatisch dat diegene geen goede vader kan zijn. Tegelijkertijd moet altijd worden onderzocht of contact veilig is. Daarbij wordt gekeken of jeugdbescherming betrokken is, welke maatregelen gelden en of de andere ouder gesproken kan worden.
Soms is er nog geen duidelijk antwoord. “Dan moet je eerlijk zeggen: we weten het nog niet. Dat is lastig voor een kind, maar het is wel de realiteit.”
De veerkracht van kinderen
Wat Pascale het meest bijzonder vindt aan haar werk, is de veerkracht van kinderen. “Ik zie waar kinderen vandaan komen en hoeveel aanpassingsvermogen ze hebben. Dat blijft mij fascineren.” Ze weet ook dat haar begeleiding meestal maar één deel is van een langer traject. “We kunnen niet alle kinderen redden. Vaak zijn we het begin of het tussenstuk, maar nooit het eindstation.” Toch hoopt ze dat haar begeleiding iets achterlaat.
“Als ik honderd kinderen zie, hoop ik dat er een paar later terugdenken aan iets waarvan ze zeggen: daar heb ik iets aan gehad. Ik hoop dat kinderen ondanks de situatie ook kunnen terugkijken op een fijne tijd. Dat ze onthouden dat er iemand was die naar hen luisterde en hen echt zag.”

